1978 — 1982
9e raadsperiode 1978–1982
De negende raadsperiode na de Tweede Wereldoorlog in Enschede (1978–1982) is voor de PvdA een tijd van bestuurlijke verantwoordelijkheid in een stad die zwaar getroffen wordt door de economische crisis.
Positie van de Partij van de Arbeid
Zetels: 19 van de 39 (1978) — stabiel op 19 bij de verkiezingen van 1982
Veruit de grootste partij van de stad
Bestuurlijk leidend in opeenvolgende programcolleges
Wat typeert deze periode?
1. Diepste fase van de textielcrisis
De textielindustrie is in feite verdwenen. Werkloosheid in Enschede loopt op tot ver boven het landelijk gemiddelde. Sociale zekerheid en stadsvernieuwing zijn de centrale thema's.
2. Evaluatie van het programcollege
Voorafgaand aan de verkiezingen van 1978 wordt het eerste programcollege geëvalueerd. De smalle basis wordt verbreed; in de jaren erna worden programcolleges het Enschedese standaardmodel.
3. Bestuurlijke druk en kritiek
Een grote bestuurspartij in een stad in crisis krijgt veel kritiek: op werkloosheidsbeleid, stadsvernieuwing en sociale ongelijkheid. Toch blijft de electorale steun fors.
4. Politieke vernieuwing op links
Naast de PvdA zijn CPN, PSP en PPR actief — de partijen die in 1989 zouden fuseren tot GroenLinks. D66 manifesteert zich als nieuwe concurrent in het politieke midden.
5. Veranderende samenleving
Universiteit Twente (sinds 1986 die naam, daarvoor THT) groeit. Onderwijs, technologie en publieke sector winnen aan gewicht ten opzichte van de oude industrie.
Politieke rol van de PvdA
blijft leidend in coalitievorming
levert de meeste wethouders
regeert in een stad met grote sociale opgaven
Samenvatting
De periode 1978–1982 is voor de PvdA in Enschede een fase van bestuurlijke topdrukte: stabiel op 19 zetels, leidend in het college, en tegelijk geconfronteerd met de hardste sociaaleconomische opgaven sinds de wederopbouw. Het echte zetelverlies komt pas na 1986.
