Ben Snijders
De verkiezingen van 1974 Enschede
De collegevorming is in Nederland tot 1970 landelijk nauwelijks een issue. Na de gemeenteraadsverkiezingen gaan de grote raadsfracties bijeen zitten en verdelen de wethoudersposten. Er worden geen afspraken gemaakt over het te voeren programma. Dit worden afspiegelingscolleges genoemd. Mogelijke geschilpunten worden in goede harmonie gladgestreken en gedepolitiseerd. Het is opvallend dat confessionele partijen relatief vaak in de colleges vertegenwoordigd zijn. En de PvdA vaak ten onrechte buiten een college werd gehouden.
Bij de eerste vrije verkiezingen van 1946 wordt de CPN in Enschede met 10 zetels de grote winnaar en zij wil met de PvdA (11 zetels) een rood gemeentebestuur vormen. Politisering avant la lettre. Deze meerderheidsgedachte is nieuw en wordt door geen enkele andere partij gevolgd. Door de Koude Oorlog neemt de invloed van de CPN gestaag af (van 10 naar 3 zetels in 1974)en die van de PvdA (van 11 naar 16 zetels in 1974) in tegengestelde richting toe. De jaren zestig werken in de jaren zeventig ook politiek door. De PvdA komt met een geschrift Leidraad bij de Collegevorming dat wil afrekenen met bovenstaande traditie en wilde komen tot programmatische afspraken en een meerderheidscollege. Dat zou de duidelijkheid ten goede komen. De verontwaardiging bij confessionelen en liberalen is groot.
De PvdA heeft in de beginjaren zeventig bewust gestreefd naar politisering. Zie daarvoor Keerpunt “72. De afdeling kent veel hoger opgeleiden en die zijn vaker ook landelijk georiënteerd. Zij herkennen de landelijke tendensen en lezen de publicaties van de Wiardi Beckman-stichting.
Twee belangrijke exponenten hiervan zijn Harry Fekkers en Niek Rengers. Harry komt vanuit Almelo naar Enschede om te studeren aan de THT (de toenmalige UT). Hij studeert wiskunde en toegepaste bedrijfskunde, maar wordt gegrepen door de politiek. Hij leidt de PvdA bij de verkiezingen en wordt met zijn 24e jaar de jongste wethouder in Enschede ooit. Met ook nog eens de zware portefeuille van financiën. De oppositie vindt dit maar niets. Het college is geen stageplek, wordt er gemord.
Niek komt in 1971 na een promotie-onderzoek in Duitsland naar Enschede om te werken aan het ITC. Hij vond er een ingedutte afdeling. Hij bracht het elan en het enthousiasme van Keerpunt “72 en het kabinet Den Uyl naar Enschede.
Tevens bestond er ontevredenheid over de regentenmentaliteit van het stadsbestuur. De gemeenteraad moest een stadsparlement worden, waardoor zij dichter bij de bevolking stond. Hierdoor kwamen ook andere politieke issues in de raadszaal, zoals boycot Zuid Afrika, een kernwapenvrije gemeente en emancipatorische vraagstukken.
In 1974 koerst de PvdA rechtstreeks af op een meerderheidscollege. Allereerst probeert men het CDA hiervoor te winnen, maar CDA en VVD houden dan nog vast aan een afspiegelingscollege, waardoor de PvdA uitkomt bij een links programcollege. Enschede krijgt een links programcollege op smalle basis. 4 wethouders van de PvdA, 1 van de CPN en 1 van PPR/PSP. Het kent een smalle basis, omdat dit college steunt op slechts 21 van de 39 raadszetels. Zo’n kleine meerderheid leidt gemakkelijk tot stemdwang. Het CDA, bij monde van de heer Wibier, wijst dit college af omdat volgens hem het stadsbestuur niet vergelijkbaar is met het landsbestuur. Zij zijn dan nog voor monisme: de wethouders worden uit en door de raad gekozen. Zelfs de burgemeester mr. A. Vleer, zelf van de PvdA, is tegen, omdat dit de onderlinge collegialiteit zou kunnen beschadigen.
Op de vraag wat belangrijker is de persoon of het program is het antwoord steeds het program.
Men heeft per partij enkele “principiële punten, zoals de erfpacht voor de PvdA, het drugsbeleid voor het CDA en de sluitende begroting voor de VVD. Maar om mee te doen in het college vervallen die al gauw.
Voorafgaande aan de verkiezingen van 1978 wordt het programcollege geëvalueerd. De politisering en polarisering hebben niet hun werk voldoende gedaan, omdat vele verschillen van mening dwars door de partijen heenliepen. Daarnaast was basis te smal: een programcollege moet op een grotere meerderheid steunen. CDA en VVD roepen om een afspiegelingscollege, maar de PvdA wil een van beide partijen lozen om zo de meerderheid in het college te behouden.
Veel van wat toen bevochten is, is nu gemeengoed. Het monisme heeft afgedaan en wethouders worden wel door de raad maar hoeven niet meer uit de raad benoemd te worden. Zelfs de afdeling praat mee over de te benoemen wethouderskandidaat. Enschede kent vanaf 1974 steeds een programcollege en is het usance om eerst tot programmatische overeenstemming te komen, aleer gesproken wordt over wethouderskandidaten. De stad volgt in zoverre de landpolitiek dat hier ook het fenomeen informateur wortel heeft geschoten.
Daarentegen kan men vraagtekens zetten bij de politisering van het gemeentebestuur. Over veel onderwerpen bestaat een grote mate van consensus of zijn niet van politieke aard. Daarnaast heeft het landsbestuur vele taken gedelegeerd en is de stelling gewettigd: decentralisatie op rijksniveau leidt tot steeds meer bemoeienis op lokaal niveau.
Tenslotte. De grote winst van de ambities van 1974 ligt in de openbaarheid van bestuur. Burgers kennen beter de spelregels en weten hun recht te halen via geëigende kanalen als wijkorganen, raadscommissies, WOB en AROB-procedures.
Ben Snijders
