1970 — 1974
7e raadsperiode 1970–1974
De zevende raadsperiode na de Tweede Wereldoorlog in Enschede (1970–1974) is voor de PvdA een periode van electoraal herstel én van groeiende politisering.
Positie van de Partij van de Arbeid
Zetelaantal: 17 van de 39 (1970) — een sprong van +5 t.o.v. 1966
Grootste partij van Enschede, met afstand
Sterke bestuurspositie, met meerdere wethouders
Wat typeert deze periode?
1. Electoraal herstel na de dip van 1966
Waar 1966 een terugval liet zien (12 zetels), wint de PvdA in 1970 fors terug. De voedingsbodem: ontevredenheid over de rechtse landelijke politiek, opkomst van Nieuw Links binnen de partij, en het programmatische elan van Den Uyl.
2. Begin van politisering en polarisatie
Lokaal sluit de PvdA-afdeling aan bij de landelijke beweging Keerpunt '72 en het denken van de Wiardi Beckman Stichting. Het oude afspiegelingscollege staat ter discussie; de PvdA streeft naar een programcollege op linkse basis. Zie ook het aparte hoofdstuk over 1974.
3. Begin van de textielcrisis
De eerste grote sluitingen in de textielindustrie kondigen zich aan. De economische problemen worden zichtbaar, maar slaan electoraal nog niet door — integendeel, de PvdA als sociale partij wint juist terrein.
4. Verandering van de stad
Groei rond de Technische Hogeschool Twente (THT, vanaf 1986 UT), opkomst van studenten, technici en hoger opgeleiden. Nieuwe kiezersgroepen die ook de PvdA-afdeling van binnenuit veranderen.
Politieke rol van de PvdA
leidende partij in de raad
drijvende kracht achter het programcollege dat in 1974 tot stand komt
sterk profiel op woningbouw, sociaal beleid en stadsvernieuwing
Samenvatting
De periode 1970–1974 is voor de PvdA in Enschede een periode van groei en ambitie: van 12 naar 17 zetels, met een politiek-inhoudelijke vernieuwing die in 1974 leidt tot het eerste linkse programcollege.
