1966 — 1970
De zesde raadsperiode na de Tweede Wereldoorlog in Enschede loopt ongeveer van:
1966 – 1970
Positie van de Partij van de Arbeid
In deze periode zie je voor het eerst een duidelijke terugval na het hoogtepunt van begin jaren ’60:
ongeveer 12 zetels (van de 39)
daling vanaf ±15 zetels in 1962
nog steeds één van de grootste partijen, maar minder dominant
Een tijdelijke dip: in 1970 zou de PvdA juist doorstoten naar 17 zetels. Maar 1966 laat al wel zien dat het electoraat beweeglijker wordt.
🔎 Wat verandert er in deze periode?
1. Einde van de “PvdA-piek”
De groei stopt en slaat om in verlies
Andere partijen winnen terrein
De PvdA blijft belangrijk, maar moet meer concurreren
2. Economische omslag (textielcrisis begint echt voelbaar te worden)
Sluiting en problemen in de textielindustrie
Werkloosheid en onzekerheid
Ironisch genoeg:
dit raakt juist de traditionele PvdA-achterban
maar leidt niet automatisch tot meer steun
3. Opkomst van nieuwe politiek
Doorbraak van vernieuwingspartijen zoals Democraten 66 (opgericht in 1966)
Meer kritische en minder verzuilde kiezers
Vooral jongeren en hoger opgeleiden kiezen anders
4. Ontzuiling wordt zichtbaar
Mensen stemmen minder “automatisch” PvdA
Meer wisselend stemgedrag
Begin van structurele verandering in het electoraat
Bestuurlijke positie
De PvdA was nog steeds:
een centrale bestuurspartij
betrokken bij coalities
leverancier van wethouders
Maar:
minder vanzelfsprekend leidend
meer afhankelijk van partners
Samengevat
De zesde raadsperiode (1966–1970) markeert:
👉 een tijdelijke terugval na het hoogtepunt van 1962
👉 eerste tekenen van ontzuiling en zwevende kiezers
👉 nog steeds een grote bestuurspartij — vier jaar later volgt herstel
