Ko Wierenga
Ko Wierenga, burgemeester 1977 — 1994
Enschede heeft van 1946 tot 2015, dus bijna zeventig jaar, een PvdA-burgemeester gekend: Meine van Veen, Wim Thomassen, Auke Vleer, Heiko Wierenga, Jan Mans, Peter den Oudsten. Ieder van hen is belangrijk geweest om de stad die honderd jaar aan de leiband van de textielfabrikanten had gelopen een nieuwe toekomst te geven. De reden om hier Ko Wierenga te belichten is de periode waarin hij burgemeester was, een periode die cruciaal voor Enschede is geweest.
Ko Wierenga begint als burgemeester op een moment dat de textielindustrie vrijwel is verdwenen. Waren er in 1950 nog 24.000 arbeidsplaatsen in de textiel- en de confectie-industrie (op een bevolking van 110.000), in 1980 zijn er nog 3700 arbeidsplaatsen over (op een bevolking van 144.000). Wierenga's burgemeesterschap staat dan ook in het teken van herstel van werkgelegenheid. Er komen bedrijfsverzamelgebouwen, industrieterreinen, en de gemeente werkt samen met de universiteit om van Enschede een centrum van micro-elektronica te maken — de AI van de jaren '80. De gemeente probeert ook meer dienstverlening naar de stad te halen (en scholen horen daar ook bij) om niet langer totaal afhankelijk te zijn van industrie.
Wierenga staat steeds vooraan, ook al heeft hij als burgemeester geen economie in portefeuille. Hij heeft ook geen stedelijke ontwikkeling in portefeuille, maar veel grote bouwprojecten zouden zonder hem niet of pas veel later tot stand zijn gekomen, zoals ziekenzorg, scholengemeenschap zuid, het politiebureau, de bibliotheek, het muziekcentrum. Het plan voor een nieuw stadion stamt ook uit Wierenga's tijd.
Al die nieuwe gebouwen helpen om de stad aantrekkelijker te maken voor bedrijven die een vestiging in Enschede overwegen. Ze dienen ook nog een ander doel, of eigenlijk twee. Er moeten nieuwe toepassingen worden gevonden voor grond waar ooit een textielfabriek stond, door de gemeente opgekocht om grondspeculanten te weren. Het tweede doel ligt voor de hand: bouwen betekent werkgelegenheid.
Alleen zijn er financiële problemen. Door de faillissementen heeft Enschede minder belastinginkomsten en meer uitgaven. De gemeente betaalt mee aan bijstandsuitkeringen, ze probeert de gevolgen van werkloosheid te verzachten, ze koopt grond, en tegelijkertijd krijgen gemeenten minder geld van het Rijk want het is crisis. In 1981 doet Enschede een beroep op Artikel 12: de stad krijgt meer geld uit het Gemeentefonds, maar mag geen uitgaven meer doen zonder goedkeuring van de provincie. Wierenga is daar geen voorstander van, maar accepteert dat het onvermijdelijk is. Vervolgens zet hij zich volledig in om voor Enschede zoveel mogelijk binnen te halen. Hij reist geregeld naar Den Haag — waar hij nog iedereen kent, uit zijn tijd als Kamerlid — en komt terug met heel veel projectsubsidies. Voor al die gebouwen, en voor economische ontwikkeling.
Werk en geld, dat is nog niet alles. Wierenga is nog maar net burgemeester als hij een brief schrijft waarin hij Duitse gemeenten vraagt om het met de Berufsverbote een beetje rustig aan te doen — want in die jaren kon in Duitsland iedereen in overheidsdienst, dus ook leraren, ontslagen worden vanwege linkse sympathieën. Hij stelt zich vierkant op achter jongerencentrum 'n Kokerjuffer, dat softdrugs wil verkopen om de straathandel buiten de deur te houden. Hij bestrijdt discriminatie, en zet zich in voor homoseksuelen, voor vluchtelingen, en voor wie verder ook in een achtergestelde positie verkeert. Hij spreekt zich uit tegen extreemrechts, tegen de centrumpartij. En als staatssecretaris Korte-Van Hemel een Turks gezin wil uitzetten verbiedt hij de politie om in een Syrisch-orthodoxe kerk naar dat gezin te zoeken.
Discriminatie en werk, voor Wierenga zijn het samenhangende onderwerpen. Het is belangrijk, enorm belangrijk, om niet in een afhankelijke positie terecht te komen, om niet machteloos te zijn. Dat geldt voor hem persoonlijk, dat geldt ook voor anderen, en het geldt ook voor steden. In 1988 stelt hij een fusie met Hengelo voor. Het is weleens afgedaan als een poging om Enschede machtiger te maken, maar dat is te ongenuanceerd. Het gaat hem erom dat Enschede (en Hengelo, en heel Twente) niet in een situatie mag komen waarin het anderen zijn die bepalen wat er gebeurt.
Het plan gaat niet door, er komt geen Dubbelstad. Was het een goed plan? Iedereen mag het zeggen, maar niemand mag zeggen dat de intentie niet deugde. De intentie van de man die al bij zijn eerste optreden als burgemeester kritiek kreeg omdat hij vond dat samenwerking nodig was geweest. In die tijd samenwerking tussen textielfabrikanten. En die dat uitdrukkelijk zei als PvdA-burgemeester.
